Home

Rode Vans
Een kort spijker shortje. Prachtige benen. Een zwart vintage shirtje diep in haar shortje gestoken. Haar lijf komt er prachtig in uit. Niet protserig. Niet ordinair. Donker, rossig haar en opvallende rode Vans. Zijdelings staat ze. Met haar rug naar de zaal. Op een meter of 3 voor het podium. Rechts bij de muur. Ze kijkt me aan over haar rechterschouder. Met de lach die al het andere doet verbleken. Haar donkere ogen lijken licht te geven. Ze kijkt weer weg. Wat mij de gelegenheid geeft haar ongegeneerd te observeren.

Ze is knap. Ongelofelijk mooi. Ongegeneerd sexy. Maar het is die korte, onbezorgde blik die mijn aandacht als een magneet naar haar blijft trekken. Op momenten als deze vervloek ik het bij mij ontbreken van ware casanova skills. Langzaam zie ik haar hoofd weer in mijn richting draaien. Uit een reflex gooi ik haar de ballon toe die ik nog steeds in mijn handen had. Contact. Ze gooit hem terug. Jezus, in frontaal zicht is ze nog mooier. Subtiele worp ook. Sexy zelfs. Niet zo’n houterige wijvenworp. Het ritueel herhaalt zich een aantal malen en dan gebeurt het. Alsof het een vanzelfsprekendheid is spring ik van het podium af en loop naar haar toe. Niets voor mij. Maar achteraf denk ik dat het daar al vertrouwd voelde.

De daaropvolgende momenten spelen zich af in een roes. Ik ben stukken kwijt. Ik kan geen tijdsbestek geven. Niet onze eerste woorden. Haar geur. De flirt. Het moment. Niets. Hoe allesomvattend mijn desoriëntatie ook is. Met een donderklap brengt ze me weer compleet terug in de realiteit. Met mijn rug sta ik naar het podium. Ik hang licht over haar heen. Onze lijven dicht tegen elkaar aan. Raken doen we nog net niet. Het hoofd iets naar buiten gedraaid. Mijn neus bevindt zich ergens ter hoogte van haar linker oor. Ik ruik haar. Terwijl ik ongemakkelijk de halve lege zaal in staar. Haar mond vlakbij mijn oor. Die mond was mijn doel. Maar niet om er met mijn oor te eindigen. Ik hoor haar alles bepalende woorden in stilte aan: ‘Nee, niet kussen. Niet nu. Dan onthoud je me tenminste’.

Langzaam draait ze links om haar as richting de zaal. Elegant. Ze schrijdt in alle rust van me weg. Mij in verbazing achterlatend. Ik voel me verslagen. Maar iets in me roept dat ik verslagen wil worden. Ik wil me in haar verliezen.
‘Kom je krijgt een borrel van me. Die heb je wel verdient.’. Zonder om te kijken smijt ze die woorden achteloos de ruimte in. Met een ongeëvenaard zelfvertrouwen. Ik geef me gewonnen. Ik geef me over. Compleet door haar gebiologeerd schuifel ik volgzaam achter haar aan naar de bar achter in de zaal. Iedere vorm van grip ben ik kwijt. Ik laat me leiden. Het wegdraaien van haar hoofd is het mooiste wat er op dat moment kon gebeuren. Nooit van mijn leven zal ik dat moment nog vergeten.

Van het gesprek aan bar herinner ik me slechts flarden. De fase van algemeenheden uitwisselen zijn we bij het eerste oogcontact al gepasseerd. Mede ingegeven door de setting komt het gespreksonderwerp al snel op muziek. De eerste sneer heb ik dan al te pakken: ‘Natuurlijk ken ik Jake Bugg’.  Ze is fel. Bijt van zich af. Durft zichzelf te zijn. Ik geniet. Van haar stem. Haar uiterlijk. Haar temperament. Maar vooral van de manier waarop ze mij zo van mijn slag maakt. Dat ik me door haar wil laten leiden. De paradoxale mix van onrust en vertrouwdheid vormt een momentum waarvan ik hoop dat hij nooit stopt. Ik wil alles van dit meisje ontdekken. Hoe kan het dat dit nu al zo ongelofelijk vertrouwd voelt?

Jezelf zien
Mijn dierbaarste herinnering aan die avond koester ik aan het moment dat we van de bar verhuizen naar de trap. De trap richting de afgesloten derde verdieping biedt ons enige privacy. Na een kwartier of een uur – ik ben inmiddels ieder tijdsbesef verloren – voelen we al de behoefte samen te zijn zonder gestoord te worden.
Links van me neemt ze plaats op de derde trede van de trap. In het felle licht. Omgeven door de geur van verschraald bier. Maar het deert niet. Ik praat. Zij luistert. Ze luistert echt. Als ik links van me kijk zie ik een blik in haar ogen. Oprechte, ware, menselijke interesse. Wat is ze mooi. Ik zie iets in die ogen. Ik zie mezelf. Terug in haar ogen.

Na een bezoek aan het toilet in de kelder van Paradiso dansen we daar op een tafel. We spreken af de hele nacht te dansen. Ze belt zelfs met mijn telefoon een vriend. De atlas van Amsterdam. Die weet wel een goeie after. Samen roken we een sigaretje in het rookhok dat uitkijkt op de Weteringschans. Wat rookt ze sensueel. Wat een karakterwijf. Ik ben alle grip op de wereld kwijt. Buiten is het donker en stil op straat. Binnen begin ik vrede te hebben met het feit dat ik haar vanavond niet ga kussen. ‘Dan neem ik je mee uit eten, ik wil je leren kennen’.
Voor het eerst toont ze barsten in haar schild. Haar overwhelming zelfvertrouwen lijkt te vervagen. Als een klein meisje staat ze schuchter tegen me aan te stamelen. Het maakt haar alleen maar mooier. Puur en zuiver.

Good girl
Ditmaal trakteer ik haar op een drankje in de kleine zaal. Ik trek haar de zaal in en we beginnen te dansen. De eerste lijfelijke aanraking voelt als vanzelfsprekend met de onderliggende spanning van een eerste date. We dansen. Wat is ze sensueel. Zonder de zweem van het ordinaire. Maar wat voel ik me klein. Een stijve hark. Jezus wat moet zij goed zijn in bed. ‘And that’s why I’m gon’ take a good girl. I know you want it. I know you want it. I know you want it. You’re a good girl’. De eerste kus op het zomernummer van 2013. Hier kusten wij. Als zelfverklaarde muziekkenners kusten wij onze eerste kus vlak naast het mengpaneel in de kleine zaal van Paradiso. Onder begeleiding van het cliché-kus-nummer van 2013. Maar dat maakte het ergens juist zo perfect. ‘True perfection has tobe imperfect. I know that that sounds foolish but it’s true’.

Hoe erg ik er op dat moment niet mee bezig was. Die eerste kus voelt als een overwinning. De buit is binnen. Mijn ogen glimmen. Ik lach mijn lachje van bravoure. Twee glimmende ogen vergezeld door mijn rechter opgetrokken mondhoek. Ik geniet. Van de avond. Het moment van ons. Want als ons voelt het al lang. Al vanaf het moment dat ik van het podium vertrok om haar in de zaal te ontmoeten. Hand in hand lopen we richting de grote zaal. Als zij naar haar vriendinnen loopt, bezoek ik het toilet. Ik ben extatisch. Euforisch. Dat het van korte duur zal zijn, kan dan nog niet voorzien. Het 70-jarige topstuk dat dienst doet bij het toilet voorzie ik van een stevige knuffel. Lachend loop ik het toilet in. In de spiegel lach ik naar mezelf. ‘Goed gedaan jochie’.

010
Als ik mijn grijze skinny dicht rits valt mijn oog op een jongen met een aantal tatoeages. Zeker versieringen op de onderarm kunnen altijd extra aandacht rekenen. Nog steeds enthousiast draai ik zonder te vragen zijn arm om om goed zicht op het kunstwerkje te hebben. Bad move. Op zijn onderarm prijkt de cijfercombinatie ‘010’. Een Rotterdammer. Een boze Rotterdammer wel te verstaan. De situatie escaleert razendsnel uit de hand. Hij voelt zich bedreigd ondanks het feit dat ik er zo in mijn zorgvuldig geformuleerde hipster outfit alles behalve dreigend uit zie. En ik heb zelfs helemaal niets tegen Rotterdammers! Na de eerste duw valt er over en weer een klap. Ineens staat er een uitsmijter in de WC. Gelukkig. Denk ik nog. Nog geen twee minuten later sta ik buiten. Met een dikke lip. Zonder jas. Maar boven alles alleen.

Waar de Weteringsschans er vanuit de rookruimte vredig en rustig bij lag is het nu verworden tot een desolate plek vol wanhoop. Typisch. Verdomde typisch weer! Ik positioneer me tegen het raam van de Bagels & Warps links van Paradiso richting het Leidseplein. Het biedt me iets van beschutting en verschaft me goed zicht op de uitgang. In ijdele hoop wacht ik op het meisje dat mijn leven opschudde maar nu net zo snel vertrokken was als ze kwam. Om eerlijk te zijn vertrok ik. Stomme lul. Langzaam krijgt de kou vat op me. Zonder jas en enkel gehuld in een dun wit shirtje met een overdreven brede hals dringt de kou via het raam mijn rug binnen. Uit wanhoop check ik mijn mobiel. Geen naam. Geen nummer. Lul! Als ik naar mijn mobiel kijk en even niet op de ingang let hoor ik stappen. En accenten. Die ik uit duizenden herken. ’s lands mooiste accent. Maar niet nu. Rotterdams.

‘Kankelul!’
.Boze Rotterdammers lijken nooit de ‘r’ uit te spreken. Gewone Rotterdammers overigens ook niet. Een echte Feyenoorder is voor ‘Feyenooit’ . Net als Frank de Boer steevast praat over ‘foebellen’. Het kwaaie Rotterdams is mijn signaal om de avond te eindigen. Ik trek een sprintje over het Max Eeuweplein. Al snel ben ik ze kwijt. Aan de overkant van de Singelgrachtkering zie ik voor de ingang van het Vondelpark een TCA- taxi staan. Deze brengt me in zijn heerlijke warme bolide terug naar het Haarlemmerplein. In de taxi lucht ik altijd graag mijn hart. Ik zou een ideale passagiers zijn geweest van Joris Linsens taxi.

‘Ik ben haar kwijt man, misschien wel de liefde van mijn leven.’

Gepubliceerd 25 december 2013 op Website van HANK
http://www.websitevanhank.nl/man-van-de-wereld/ik-ben-haar-kwijt/

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s